Lionel Messi verraste de voetbalwereld toen hij deze week met het nieuws kwam dat hij voor de tweede keer een voetbalclub overneemt. Dit is een groeiende trend: steeds vaker kopen voetballers aandelen van kleinere clubs en worden zo mede-eigenaar. Het klinkt als een mooie investering, maar waarom doen ze het eigenlijk?

Tweede niveau van Spanje
Messi gaat zijn horizon verbreden in het tweede niveau van Spanje. De 39-jarige recordinternationaal van Argentinië heeft daar de club CD Eldense overgekocht. De club ligt dichtbij Catalonië, wat niet toevallig is, want daar heeft hij in april ook al een club gekocht. De club UE Cornella komt uit in het vijfde niveau van Spanje en staat volgens het AD nationaal bekent als een “kweekvijver van jonge talenten”.
Dat Messi voor Eldenese heeft gekozen ziet eruit als een logische stap, aangezien ze afgelopen seizoen zijn gepromoveerd uit de derde divisie. Nu gaat het alleen nog niet zo goed; na vier speelrondes staan ze op de twintigste plaats en is de hoofdtrainer ontslagen.

Groeiende trend
Messi staat niet alleen. Volgens Voetbalprimeur is de grondlegger van deze investering David Beckham. De oud-spits van onder meer Manchester United en het Engelse nationale elftal heeft namelijk in 2018 de Amerikaanse voetbalclub Inter Miami opgericht, die uitkomt in het eerste niveau in Amerika, de MLS. Na hem volgden vele anderen: denk hierbij aan Cristiano Ronaldo, Sergio Ramos en Zlatan Ibrahimovic. “Ik vind het wel leuk dat voetballers clubs overkopen”, vertelt Jari, groot voetbalfan. “Op deze manier kan je voetballers ook na hun carrière nog blijven volgen.”

Waarom?
Volgens onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam is het geen investering om snel geld te verdienen. Met het geïnvesteerde geld kan de club betere faciliteiten en spelers kopen, waardoor ze in de toekomst meer geld kunnen verdienen. “Ik denk dat voetballers clubs kopen om vooral hun legacy groot te houden. Op deze manier blijven ze nog een beetje ‘in the picture’ en worden ze niet vergeten”, zegt Jari.
Volgens de Universiteit komt het ook wel een beetje omdat de voetballers hogere stappen kunnen maken in voetbalclubs: “Mocht een speler in een softwarebedrijf investeren, zou hij niet onmiddellijk een zitje in de raad van bestuur krijgen. Bij voetbalclubs behoort dat wel tot de mogelijkheden.”