Affectieve polarisatie is de afgelopen jaren toegenomen, volgens NPO Kennis. Daarom vroeg ik mij af hoe verschillende generaties polarisatie ervaren. Mediaredactie student Troy (15) en journalistiek docente Laura (49) delen hun ervaring met polarisatie.
“Ik vind dat mensen nu vrij heftig met elkaar leven.”
– Laura
“Een PVV’er is voor een GroenLinkser veelal iemand van een andere planeet en andersom,” stelt politicoloog Eelco Harteveld van de Universiteit van Amsterdam. Laura beaamt dit: “Ik vind dat mensen nu vrij heftig met elkaar leven. Ik vind dat tegenstelling heel erg worden uitvergroot, dat mensen elkaar weinig ruimte geven.” In tegenstelling tot Laura zegt Troy: “Ik vind dat mensen erg eerlijk zijn met elkaar, vrouwen en mannen.”
Ondanks dat over het algemeen polarisatie als ’toenemend’ ervaren wordt, veranderen onze meningen inhoudelijk onderling niet veel. “Ik vind polarisatie wel sterk aanwezig”, zegt Laura. “Het is of voor of tegen.” Polarisatie is in feite niet aan het toenemen. Wel is er een toename in affectieve polarisatie. Dit houdt in dat mensen negatiever denken over mensen met een andere mening.
Tegenstelling tussen links en rechts
Polarisatie wordt vaak ervaren wanneer bepaalde onderwerpen aangesneden worden: “De tegenstelling tussen links en rechts in de politiek en met namelijk het debat rondom vluchtelingen en AZC’s”, benoemt Laura. “Ik vind dat ook heel lastig in mijn directe omgeving”, voegt ze toe. Troy herkent zich hier niet in, hij zegt niet persé polarisatie te ervaren. Het is echter niet gek dat driekwart van Nederlandse inwoners zich hier wel in herkennen volgens het SCP. Zo erkent de Koning in 2025 tijdens de Troonrede dat polarisatie op steeds meer plekken lijkt voor te komen. Troy zegt polarisatie vaker op te merken bij ouderen: “Ouderen vinden mannen vaker ‘hoger’ dan vrouwen.”
“Ik denk dat het in vlagen komt en gaat”, merkt Laura correct op. “Toen ik opgroeide was dat minder, ook de onrust herken ik niet, nu natuurlijk wel, dus ik denk dat het nu weer sterker aanwezig is.” Troy zegt dat het per persoon verschilt of zij wel of niet een fatsoenlijk gesprek kunnen voeren met hun medemens.
Laura eindigt met: “Ik vind dus dat mensen echt weer beter naar elkaar zouden moeten luisteren. Je hoeft niet altijd overal een mening over te hebben, maar zorg dat als je een mening hebt, dat je die kunt onderbouwen.”
Kortom: ondanks Laura haar worsteling met polarisatie en Troy zijn minimale beleving van de meningsverschillen onderling, blijkt het dat polarisatie niet per definitie is toegenomen. Wel ervaren mensen meningsverschillen negatiever. Daardoor neemt affectieve polarisatie wel toe.