Sinds een aantal weken is er een nieuwe drugscampagne in Enschede, “Coke aan je neus = bloed aan je handen”. Door de stad heen hangen de nieuwe posters. “Hoe lang accepteren we dit nog?” vraagt de nieuwe campagne over drugsgebruik in onze stad. Uit onderzoek in het rioolwater blijkt dat er elke dag zo’n 23.000 lijntjes worden gebruikt.
Maar wat mij stoort, is de boodschap die eraan wordt gekoppeld: drugs gebruiken = criminaliteit sponsoren. Daarmee wordt de gebruiker neergezet als iemand die bewust de misdaad steunt.
Laat ik duidelijk zijn: cocaïne bij je hebben en gebruiken is illegaal en niet zonder risico. Het kan slecht zijn voor je gezondheid. Je kunt verslaafd raken. En de handel gaat vaak samen met geweld. Dat moeten we niet wegschuiven. Maar de vraag is: helpt het om gebruikers als criminelen neer te zetten?
Hulp in plaats van een strafblad
In landen als Portugal hebben ze het anders aangepakt. Daar is het bezit van kleine hoeveelheden drugs niet meer strafbaar. Mensen krijgen hulp in plaats van een strafblad. Het resultaat: minder schaamte, meer mensen die hulp zoeken en geen enorme stijging van gebruik. De focus ligt daar op gezondheid, niet op straf.
Ook de World Health Organization zegt al langer dat drugsgebruik vooral een gezondheidskwestie is. Als je mensen alleen maar veroordeelt, gaan ze hun problemen verbergen. En wie zich schaamt of bang is voor straf, zoekt minder snel hulp.
Bovendien is het goed om eerlijk te vergelijken. Alcohol is helemaal legaal en over het algemeen geaccepteerd. Toch zorgt alcohol voor veel gezondheidsproblemen en ongelukken. Volgens het Trimbos-instituut is de schade door alcohol in Nederland groot. Maar niemand zegt bij een glas wijn meteen: jij sponsort criminaliteit. Dat betekent niet dat cocaïne onschuldig is. Wel dat we met twee maten meten.
Zwarte markt zorgt voor criminaliteit
Zolang drugs verboden zijn, blijft er een zwarte markt bestaan. En juist die zwarte markt zorgt voor criminaliteit. Door gebruikers de schuld te geven, lossen we dat probleem niet op. We maken het gesprek alleen moeilijker. Mensen gaan minder open praten. Problemen verdwijnen uit het zicht
Misschien moeten we het anders aanpakken. Meer inzetten op goede voorlichting. Op hulp en begeleiding. Op het beperken van schade. En eerlijk kijken of regulering in sommige gevallen beter werkt dan verbieden. De campagne vraagt: hoe lang accepteren we dit nog?
Als we echt minder criminaliteit en minder schade willen, moeten we durven kiezen voor beleid dat werkt. Niet voor beleid dat vooral streng is.