Wereldwijd worstelen journalisten met beperkingen op hun vrijheid van meningsuiting, Ook in Nederland en Europa duiken steeds vaker signalen op van subtielere vormen van censuur. Ook zelfcensuur speelt een rol: journalisten die bewust bepaalde woorden, invalshoeken of thema’s vermijden om conflicten of ontslag te voorkomen.

Censuur in de journalistiek lijkt in Nederland iets voor ”verre landen”. Zo werd de talkshow van Jimmy Kimmel per direct stopgezet in de Verenigde Staten. Ook in China, hier hebben ze zelfs een ”Great Firewall”, dit controleert toegang tot informatie en blokkeert websites die niet overeenkomen met de Chinese ideologie. Maar ook Nederland kent vormen van censuur.

In deze ”miniserie” van 3 artikelen spreek ik met 3 verschillende personen/organisaties vanuit hun perspectief, hoe kijken zij tegen censuur in de journalistiek aan?

 

Ik sprak met onderzoeker en jurist Jasmijn de Zeeuw. Zij publiceerde onder andere een rapport over juridische druk en zelfcensuur onder journalisten. 

 

”We hebben wel incidenteel te maken gehad met pogingen tot censuur, bijvoorbeeld strafrechtelijke vervolging of dreiging daarmee of met civiele processen in reactie op iets wat we (willen) publiceren, maar dat soort middelen zijn meer gericht op zelfcensuur dan op censuur. In die gevallen waren we daar goed op voorbereid door de publicatie vooraf goed te laten checken, en hebben we dan ook niks ingetrokken of aangepast naar aanleiding van het dreigement of de zaak.”

”Censuur, in de vorm van vooraf door de overheid opgelegde beperkingen aan de persvrijheid, is in Nederland verboden. Zelfcensuur komt wel in beperkte mate voor, enerzijds uit angst voor fysieke bedreiging, bijvoorbeeld rondom georganiseerde criminaliteit of voor juridische intimidatie.
In Nederland komt het zover ik kan beoordelen niet per se voor dat bepaalde onderwerpen snel worden afgekeurd. In andere landen ligt dat anders, en zijn er bijvoorbeeld bepaalde onderwerpen rondom machthebbers of politiek die media zoveel mogelijk vermijden, dat worden ook wel ‘red lines’ genoemd, omdat ze anders ernstig fysiek gevaar lopen of doelwit worden van allerlei sancties vanuit de overheid, bijvoorbeeld in de Filippijnen.”

”Wereldwijd wordt er censuur opgelegd op verschillende manieren: in sommige landen door middel van concrete, vooraf ingevoerde controle – steeds vaker in de vorm van verregaande controle die door de regering wordt uitgevoerd op toegang tot het internet, of door tijdelijke internet shutdowns, zoals recent Nepal tijdens de Gen Z-protesten. Meer subtiele mechanismen zie je nu in de Verenigde Staten, waar door de mediawaakhond FCC werd gedreigd met intrekking van de zenderlicentie als de omroep Jimmy Kimmel niet van de TV zou halen.”

”Censuur zoals we in andere landen zien komt in Nederland niet voor. Zelfcensuur wel, al is dat in beperktere mate dan in andere landen, omdat de persvrijheid hier relatief beter beschermd is. Wat ik wel zie toenemen in Nederland, is zelfcensuur naar aanleiding van juridische intimidatie. Dat heeft verschillende vormen: soms nemen media nieuws van een andere krant niet meer over. Als de krant al een juridische procedure aan zijn broek heeft hangen, om te voorkomen dat die hen ook treft. In andere zaken laten journalisten publiek relevante en juridisch toelaatbare info weg omdat ze bedreigd zijn met langslepende procedures, of gaan ze niet verder met onderzoek nadat er bij een eerdere publicatie gedreigd is. Dat zijn allemaal voorbeelden van zelfcensuur.

Het staat een redactie in principe vrij wat ze wel of niet willen publiceren, maar bij de waarden van het Journalistiek Handvest past dat redacties in principe geen informatie weglaten die wel voldoet aan de voorwaarden voor goede journalistiek, bijvoorbeeld dat het gaat om vastgestelde feiten op basis van betrouwbare bronnen, relevant in het publiek belang, die verder geen juridische onrechtmatigheden opleveren.  

Als een artikel journalistiek klopt horen die niet tegengehouden te worden om bijvoorbeeld politieke overwegingen.